| Contact Over J. Brokking | ||||
![]() |
Brokking |
.net |
Resultaat door eenvoud |
![]() |
|
|
Aardlekbeveiligingen, normen en verplichtingenBijna in iedere installatie zijn aardlekbeveiligingen toegepast. Vooral in moderne installaties worden aardlekbeveiligingen door verplichting van de wetgever veel toegepast. In diverse normen is vastgelegd wanneer een aardlekbeveiliging moet worden toegepast. De aardlekbeveiliging zelf moet gebouwd zijn volgens de norm NEN-EN-IEC 61008 en NEN-EN-IEC 61009. Een aardlekbeveiliging, ook wel differentiaalbeveiliging genoemd, beschermt de installatie, mens en levende haven tegen de negatieven eigenschappen van een foutstroom door gebrekkige isolatie van spanningsvoerende delen. Bescherming van mens en dierMens en dier moeten beschermd worden tegen de nadelige invloeden van elektriciteit om elektrocutie te voorkomen. Zenuwstelsels werken op basis van zeer kleine, pulserende, elektrische stromen. Door het pulserende karakter van de stromen wordt de aansturing van vitale delen eerder verstoord door een elektrische schok van wisselspanning dan van gelijkspanning.
De gevaren voor elektrocutie worden sterk verminderd indien de stroom niet door de vitale delen van het lichaam vloeit. Een stroomdoorgang van vinger tot pols is minder gevaarlijk dan een stroomdoorgang van de linker- tot de rechterhand. Een stroomdoorgang van meer dan 10 mA door vitale lichaamsdelen moet direct afgeschakeld worden. Een stroom / tijd gevarencurve is opgenomen in de IEC 479-1. In artikel 411.3.2.5 van de NEN 1010 staat dat een wisselspanning van 50 V of lager veilig is. Er wordt gesteld dat afschakeling niet noodzakelijk is om een elektrische schok te voorkomen. Uit onderzoek is gebleken dat in een vochtig milieu een spanning onder de 50 V een stroom van meer dan 10 mA door vitale lichaamsdelen kan veroorzaken en dus ook als gevaarlijk beschouwd moet worden.
WerkingFabrikanten van aardlekbeveiligingen moeten voor de Nederlandse mark zorgen dat hun beveiligingen voldoen aan de normen NEN-EN-IEC 61008 en NEN-EN-IEC 61009. In deze normen staat beschreven waaraan de beveiliging minimaal moet voldoen. De werking van de aardlekschakelaar is gebaseerd op twee basiswetenschappen.
Elektromagnetisme: De aardlekbeveiliging wordt zodanig in een voedend deel van een elektrisch circuit gemonteerd dat de in en uitgaande stroom onder normale condities gelijk is aan 0. De magnetische velden rondom de geleiders heffen elkaar door deze eigenschap ook op. Door een defect kan dit evenwicht uit balans worden gebracht. Een gebrekkige isolatie van een geleider maakt het mogelijk dat er een ongewenste stroom (aardlekstroom) naar de voedingsbron gaat lopen. Deze stroom loopt buiten de aardlekbeveiliging om waardoor er een onbalans ontstaat in de stromen. De magnetische velden rondom de geleiders heffen elkaar niet meer op en er ontstaat een magnetisch veld.
Om de werking van de aardlekbeveiliging te controleren is er door de fabrikant een testknop aangebracht. Door middel van de testknop wordt er een aardlekstroom gesimuleerd die meerdere malen hoger is dan de grenswaarde van afschakelen. Toepassing en Normen
Algemeen kan worden gesteld dat een aardlekbeveiliging toegepast moet worden bij:
Verplichtingen van de gebruikerNa het installeren van de aardlekschakelaar is de gebruiker (installatieverantwoordelijke) verantwoordelijk voor het correct onderhouden en testen van de aardlekbeveiliging. Door de complexe werking en de kleine krachten die opgewekt worden om de beveiliging aan te laten spreken is correct onderhoud noodzakelijk. De leverancier van de beveiliging is door de normen NEN-EN-IEC 61008, NEN-EN-IEC 61009 en wet, verplicht om instructies mee te leveren met het product. Worden deze instructies niet meegeleverd dan moet de leverancier op een andere manier deze instructies beschikbaar maken.
De installatieverantwoordelijke is dus verplicht om de instructies van de leverancier op te volgen en de periodieke test van de aardlekbeveiliging uit te voeren. Geeft de installatieverantwoordelijke geen gehoor aan de instructies dan ontstaat er een onbetrouwbare en dus gevaarlijke situatie. In het geval van een ongeluk wordt de installatieverantwoordelijke zelf aansprakelijk gesteld voor nalatig handelen. Een rechterlijke uitspraak zal in de meeste gevallen gebaseerd worden op de laatste stand der techniek (normen). De installatieverantwoordelijke moet vervolgens aan kunnen tonen dat de gekozen oplossing beter was dan in de normen wordt beschreven. |
|