Iedereen wordt verondersteld de wet te kennen
Iedereen wordt verondersteld de wet te kennen
| inspecteur | "Ik zie dat er een extra eindgroep in uw installatiekast is bijgebouwd." |
|
| klant | "Dat klopt. Een aparte wandcontactdoos naast de installatiekast voor het internetmodem en onze server." |
|
| inspecteur | "Er zijn nu vijf eindgroepen op de aardlekschakelaar aangesloten. Dat mag niet." |
|
| klant | "Waarom mag dat niet?" |
|
| inspecteur | "Uw installatie moet volgens het Bouwbesluit voldoen aan de installatievoorschriften van de NEN 1010. Er moet dus een extra aardlekbeveiliging geplaatst worden." |
Ondanks alle goede bedoelingen van de inspecteur wordt de klant geconfronteerd met kosten voor een nieuwe aardlekbeveiliging.
Het is een veel voorkomend misverstand dat normen een wettelijke verplichting zijn vanwege verwijzingen in wetten, besluiten en verordeningen. Dit is echter niet het geval.
Alleen de verwijzing naar een norm in een zakelijke overeenkomst, clausuleblad enz. is bindend.
De Auteurswet
Artikel 11 van de Auteurswet maakt duidelijk dat de overheid de verspreiding van de wetgeving niet wil belemmeren. De minister besluit over de verwijzingen naar normen en onderschrijft daarmee ook de inhoud. Indien de minister de bedoeling heeft om de inhoud van een norm gelijk te stellen aan de wet moet deze norm dus voldoen aan artikel 11 van de Auteurswet en vrij zijn van auteursrecht. Maar dat is niet het geval bij normen. Dit artikel luidt als volgt:
| |
"Er bestaat geen auteursrecht op wetten, besluiten en verordeningen, door de openbare macht uitgevaardigd, noch op rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen." |
Het Bouwbesluit
De verwijzing naar de NEN 1010 waar de inspecteur op doelt, staat in de Regeling Bouwbesluit 2003 bijlagen 1. De Regeling Bouwbesluit zorgt onder andere voor de afstemming tussen het Bouwbesluit 2003 en de normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen.
In artikel 1.5 van het Bouwbesluit 2003 staat dat afgeweken mag worden van de gestelde voorschriften mits op een andere, gelijkwaardige wijze aan de beoogde eis voldaan wordt. Er mag dus van de NEN 1010 afgeweken worden indien aangetoond wordt dat de gekozen oplossing een gelijkwaardig of beter alternatief is dan in de NEN 1010 beoogd is.
De NEN 1010
In artikel 531.2.1.3 NEN 1010:2007+C1:2008 staat dat er maximaal 4 eindgroepen op een aardlekbeveiliging, met een toegekende aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA, aangesloten mogen worden.
De normcommissie van de NEN 1010 heeft met dit voorschrift als doel dat de installatie betrouwbaar blijft functioneren. Door de altijd aanwezige lekstroom in een eindgroep kan de lekstroom van alle eindgroepen samen er voor zorgen dat de aardlekbeveiliging aangesproken wordt.
Onderbouwen en borgen
Indien aangetoond kan worden dat de installatie door de extra bijgebouwde eindgroep betrouwbaar blijft functioneren, wordt voldaan aan de gestelde eisen in het Bouwbesluit 2003.
Dit kan bijvoorbeeld door:
- borgen dat de eindgroep alleen voor het internetmodem en server gebruikt wordt, en
- meting en beproeving van de eindgroepen en aardlekbeveiliging, en
- schriftelijk de bevindingen vastleggen.
Als er voor uw elektrotechnische toepassing passende normen beschikbaar zijn, adviseren wij met klem om deze normen als toetsingscriteria toe te passen.
Door dit voorbeeld wordt wel duidelijk dat de wetgever voldoende ruimte laat om door middel van gezond verstand een alternatieve en veilige invulling te geven aan de gestelde eisen. Het is echter zeer belangrijk om deze oplossing door een deskundige te laten onderbouwen en schriftelijk vast te leggen.
Vragen?
Heeft u na aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan gerust
contact
met ons op.