Contact    Over J. Brokking
Brokking
 
.net
 
Resultaat door eenvoud
 

 
   Startpagina
   Vraag & antwoord
   Praktische artikelen
   Bedrijfsvoering >
   Wetgeving >
   Normen >
   Explosieveiligheid
   Links & downloads >
   Berekeningen >
   Vercensa
   inspectiesoftware

 
Bedrijfsvoering van elektrische installaties in relatie met wetgeving en normen.

Bedrijfsvoering van elektrische installaties

Risico's en verplichtingen

Tijdens werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties ontstaat er een risico op letsel door een negatief en onvoorzien effect van elektrische energie. Ook tijdens normaal gebruik van de elektrische installatie kunnen er risico's ontstaan door defecten of ontwerpfouten. Vanuit de wetgeving wordt de werkgever verplicht de risico's op letsel tot een minimum te beperken.

Wetgeving en normen

De overheid stelt, door middel van artikel 3.4 en 3.5 in het Arbeidsomstandighedenbesluit, eisen aan de veiligheid en bedrijfsvoering van elektrische installaties. In beleidsregel 3.4 en 3.5 van de beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving wordt gesteld dat, door het toepassen van de genoemde normen in dat artikel, voldaan wordt aan de gestelde eisen van de overheid.

Niet alle normen zijn een verplichting maar worden wel gezien als de laatste stand der techniek. Er mag van afgeweken worden maar dan moet wel aangetoond worden dat de gekozen oplossing net zo veilig is als in de genoemde norm wordt voorgeschreven. In het geval van een juridisch conflict zal de rechter zich laten informeren door specialisten en zal het gebruik van normen dwingend geadviseerd worden.

In Nederland worden voor de bedrijfsvoering van elektrische laagspanningsinstallaties de volgende combinatie van normen toegepast:

  • NEN-EN 50110-1:1998;
  • NEN 3140:1998.

Voor de bedrijfsvoering van elektrische hoogspanningsinstallaties worden toegepast:

  • NEN-EN 50110-1:1998;
  • NEN 3140:1998.

Beleidsplan

Voordat er begonnen kan worden met de bedrijfsvoering van en werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties moeten de elektrische risico's worden beoordeeld door middel van een beleidsplan. In dit beleidsplan moet zijn beoordeeld hoe de bedrijfsvoering en elektrotechnische werkzaamheden op een veilige manier uitgevoerd kunnen worden.

Organisatie

De organisatie moet eenvoudig, duidelijk en rechtlijnig zijn zodat onzekerheden voorkomen worden. Voor een goede bedrijfsvoering zijn organisatorische afspraken belangrijk. Deze afspraken dienen schriftelijk vastgelegd te worden en door de directie bekrachtigd te worden. Vanuit de organisatie moeten betrokkenen instemmen en indien er om veiligheidsreden bezwaren zijn, moet de mogelijkheid geboden worden om deze bezwaren meteen ter kennis te brengen.

Personeel en aanwijsbeleid

Personeel dat werkzaamheden uitvoert aan de elektrische installatie moet door of namens de hoogste verantwoordelijke binnen de organisatie schriftelijk worden aangewezen door middel van een aanwijsbeleid. Ook de bevoegdheden en verplichtingen moeten schriftelijk worden vastgelegd. Het personeel is verplicht zich te houden aan de opgestelde eisen, regels en instructies.

Vanuit de norm wordt voor de verschillende uitvoerende functies een minimaal kennis- en ervaringsniveau geëist. De werkgever dient een specifiek opleidingsprogramma op te stellen om de kundigheid van het personeel te waarborgen. Periodiek dient deze kundigheid op peil te worden gehouden door middel van scholing of praktijkervaring. Al deze punten moeten schriftelijk vastgelegd worden.

Werkproceduren

Indien er complexe werkzaamheden uitgevoerd moeten worden dienen deze schriftelijk vastgelegd te worden. Volgens de uitgangspunten van de normen moet de installatieverantwoordelijke of de werkverantwoordelijke ervoor zorgen dat vóór de aanvang en bij de voltooiing van de werkzaamheden specifieke en uitvoerige aanwijzingen worden gegeven aan het personeel dat de werkzaamheden uitvoert.

Voor de aanvang van het werk dient de installatieverantwoordelijke, bij voorkeur schriftelijk, op de hoogte gesteld te worden van de uit te voeren werkzaamheden. Alleen de installatieverantwoordelijke mag toestemming geven om met de werkzaamheden te beginnen nadat alle stappen zijn genomen om een spanningloze installatie te garanderen.

Functionele controle van de elektrische installatie

Om een goede en veilige werking van de elektrische installatie te waarborgen is het noodzakelijk om periodiek een functionele controle (elektrotechnische inspectie) uit te voeren. De interval tussen de controles, acceptatiecriterium en inspectiemethode moeten schriftelijk vastgelegd worden. Resultaten van een inspectie moeten worden vastgelegd en passende herstelmaatregelen moeten worden getroffen.


 

Brand!!
Wees voorbereid
en voorkom een
juridische nasleep.
 

De nieuwe
NEN 3140:2011
is gepubliceerd.
 
Wat verandert er
nu werkelijk?