| Contact Over J. Brokking | ||||
![]() |
Brokking |
.net |
Resultaat door eenvoud |
![]() |
|
|
De Elektriciteitswet 1998Elektriciteit is een onmisbare en essentiële energievorm voor Europa en werd in de 20ste eeuw voornamelijk geleverd door nutsbedrijven. Deze bedrijven opereerde vanuit een monopoliepositie waardoor concurrentie door private ondernemingen niet mogelijk was. Vanaf 1998 is begonnen met het doorbreken van deze monopoliepositie. De eenwording van Europa houdt ook in dat er een vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en mensen is. In opdracht van de Europese Unie is een begin gemaakt met het privatiseren en liberaliseren van de energiemarkt. Nederland maakt deel uit van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EER). Binnen de grenzen van de Europese Unie wordt gestreefd naar een uniforme wetgeving. Dit is alleen mogelijk indien de wetten van de Europese Unie boven de nationale wetten worden gesteld. Door overeenkomst van alle lidstaten binnen de Europese Unie is gesteld dat de richtlijnen die opgesteld worden door de Europese Unie boven de wetten van de lidstaten wordt gesteld. Voor het produceren, transporteren, leveren en uitvoeren van elektriciteit is door het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie de richtlijn 96/92/EG opgesteld.
In 1998 is op basis van richtlijn 96/92/EG de Elektriciteitswet 1998 opgesteld. In deze wet staat beschreven hoe er omgegaan moet worden met de productie, transport en de levering van elektriciteit.
Op 26 juni 2003 is er door het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie een nieuwe richtlijn uitgebracht met nummer 2003/54/EG en een nieuwe Verordening met nummer 1228/2003. Door deze aanpassingen is op 1 juli 2004 een nieuwe Elektriciteitswet 1998 aangenomen waarin deze nieuwe richtlijn en Verordening zijn opgenomen. Op 3 september 2009 is er door het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie een nieuwe richtlijn uitgebracht met nummer 2009/72/EG. Deze richtlijn is op het moment van schrijven nog niet opgenomen in de Elektriciteitswet 1998. De lidstaten van de Europese Unie hebben tot 3 maart 2011 de tijd om deze richtlijn om te zetten in hun eigen kaderwetgeving. Deze laatste wijziging heeft voornamelijk betrekking op het voorrang verlenen voor duurzame energiestromen. |
|